Stukje over mijzelf, Daniel Santilli

Het begint eerst beetje terug in de tijd, u weet het misschien wel, de media hype. In 1974 wint Tom Okker het eerste ABN AMRO WTT in Rotterdam.

Ook in 1975 haalt The Flying Dutchman, zoals Okker vanwege zijn flitsende snelheid op de baan werd genoemd, opnieuw de finale in Rotterdam. Onderweg verslaat hij onder anderen Björn Borg in twee sets… en zo komt het dat rond 1975 er een aantal tennis clubs bijkwamen in Nederland. Ook bij mij, op de middelbare school in Bergen (Europese School, N-H), ging het idee om een tennisvereniging op te richten door een aantal ouders, men zocht nieuwe jeugdleden, de toekomstige Tom Okkers. Zo kwam de gymleraar regelmatig op het onderwerp terug bij mijn ouders en mij. Ik was goed op het onderwerp basebal, raakte iets vaker dan de rest zuiver de bal, en kon misschien nog iets meer, dus een potentieel nieuw tennis lid! Toch vond ik op dat moment mechanica, en vooral ontwerpen en bouwen, crossen … net iets leuker 😉

Op de TU-Delft, 2de helft jaren ’80, ontwierp een jong team op computer één van de eerste carbon rackets, we konden toen via computersimulatie aan het begin van de ontwerpfase de doorbuiging en trillingen zien die bij balinslag zouden optreden, het zogenaamde dynamisch gedrag. De spanning op iedere snaar verandert sterk in de tijd, en de snaren staan met elkaar direct in verbinding via het frame. Denk bijvoorbeeld aan pijl en boog, aan het eind van de slag, als de pijl vertrekt, beweegt de boog zelfs helemaal verder door, de spanning wordt dan zelfs negatief … Essentieel is dan dat boven en onder even hard wordt ‘geduwd’, anders wijkt de pijl af en moet men corrigeren of ergens anders naar toe mikken 😉 Een tennis racket heeft wel tot 38 van dit soort ‘eigen leven leidende’ snaren. Achteraf misschien destijds één van de beste en meest doordachte ontwerpen, echter bouwen en testen leverde het predicaat ‘te stijf’ op, een eigenschap die tegenwoordig juist heel belangrijk is geworden … maar nog niet helemaal goed begrepen wordt. Wie geeft als eis op bij de bespanner een volledig in evenwicht zijnde duwkracht vanuit alle hoeken bij het verlaten van de bal uit het racket? Dit is moeilijk uit te drukken in kg’s. Of wie vraagt zich af waarom een bal soms een volledige andere hoek maakt dan gedacht … ? De meesten accepteren dit gewoon, de top niet, die gaan voor perfectie, deze eigenschap maakt hen anders dan de sub-top: Alles moet gewoon kloppen, ik noem dit ‘in mentaal evenwicht’ zijn en blijven.

Na mijn afstuderen, mocht ik direct aan de slag bij Philips in Eindhoven, waar ik gestart ben op het CD loopwerken lab, het kleine leeskopje versnellen en de rotatiesnelheid verhogen. Dezelfde modellen en computersimulatie als bij het tennisracket. De overgang van het langzaam en geruisloos draaien van audio CD’s, naar de snel draaiende game CD’s, verliep destijds als een slecht beladen wasmachine dat plots op 10000 tpm moet gaan centrifugeren. U kent wel het bonken en wegtrillen van de machine, alleen veel erger … en anders kent u misschien het trillen van het stuur bij slecht gebalanceerde autobanden, sneller rijden gaat slecht, alles gaat trillen in de auto.

Bij top tennis hebben we met dezelfde problematiek te maken, maximale rotatiesnelheid kan enkel worden behaald bij perfect balans en dit is erg complex omdat de ‘wasmachinelading’, de inertia, sterk verschuift/verandert tijdens de beweging. Een pirouette draaiende kunstschaatser gaat nu eenmaal vanzelf sneller draaien bij intrekken van de armen en vertraagt opnieuw bij het strekken ervan. Dit geldt natuurlijk enkel bij een professionele schaatser die zijn rotatiebalans volledig en tot in perfectie beheerst. Licht onbalans wordt direct afgestraft, het draaien stopt acuut, het lichaam krijgt een klap. De symmetrische eigenschappen dienen te worden begrepen, videobeelden helpen hier goed bij en zeker bij de jeugdige top spelers. Deze veranderen tijdens de wedstrijd, door het verslappen van de spieren en veranderen ook sterk tijdens de groeisprongen. Evengoed geldt dit bij ouder wordende spelers, het gevoel van ‘het lukt niet meer’, de werkelijke oorzaak dient dan begrepen te worden, het net iets krimpen in lengte, het iets minder soepel worden. Harder slaan help dan niet, gevolg is altijd vroegtijdig concentratieverlies en blessures!!

Een jonge speler tennist met veel uren training op een gegeven moment al snel beter dan zijn omgeving, maar dit echt langere tijd volhouden vraagt meer theoretisch inzicht. Meer in de richting van een gestructureerd lesprogramma op school, maar dan meer individueel op maat gemaakt en ook met een ander soort leraren, naast de trainers. Denk hierbij aan de functie van een architect bij de bouw van een huis, deze weegt meer dynamisch in tijd veranderende aspecten mee dan oorspronkelijk gedacht, bijvoorbeeld gezinsuitbreiding of het ouder worden en de architect denkt bijvoorbeeld ook na over extreme weersomstandigheden of wanneer in de toekomst andere aspecten een belangrijkere rol gaan spelen. In lijn hiermee, een arts wordt tegenwoordig anders opgeleid dan in de middeleeuwen. Allebei zijn het artsen, echter het verschil is de opgedane wetenschappelijk kennis dat opgeslagen is in boeken, door de jaren heen, over de eigen discipline, maar ook van andere aangrenzende disciplines. Een arts begint tegenwoordig pas ervaring op te doen na zijn opleiding, anders dan vroeger. Echter heeft veel meer zoekrichtingen direct tot zijn beschikking bij het ontleden van nieuwe situaties. De arts heeft het misschien nooit eerder gezien of gedaan, echter heeft wel de kennis in huis of kan deze snel opzoeken, om snel tot een oplossing te komen.

En dan de verhuizing naar Riethoven, drie lieve kinderen, op een dag wandelend achter de voetbalvelden rond 2010, papa heb jij weleens getennist … ? Wij wel, juist van de week op school, leuk pap!

Ja antwoordt pap, heb nog ergens wel een oud stoffig carbon racket op zolder liggen, even kijken of er een muurtje is, kunnen jullie rustig zelf proberen.

Aantal dagen later zagen we ‘Pete Sampras’ oefenen op de banen met zijn zoontje, mag ik mij voorstellen, mijn naam is Gied, voorzitter 😉 En sindsdien ontstond een hechte vriendschap, vrijwel dagelijks de ouders en onze kinderen samen op de tennisbaan, samen pizza bakken, enz. Ik raakte langzaam verweven in het verenigingsleven, luisterde en dacht op de achtergrond mee met Gied en kreeg veel respect voor het werk van alle leden en vrijwilligers. En toen … volgde de lange stilte …

Het was een beetje vreemde tijd, onze kinderen raakten gecharmeerd op onze zuiderburen, wilden plots overstappen naar het onderwijs aldaar en wij ouders gingen plots een logistieke omslag door en maar proberen uitleggen dat wij iedereen in Riethoven lief en aardig en super vinden en blijven vinden, dat enkel onze kinderen een zoektocht wilden ondergaan, zoals ik dit zelf ook heb mogen meemaken, zelf doen, van de eigen fouten leren en weer opstaan, met mijn ouders die mij altijd gesteund hebben, bij mijn meer en minder gelukkige beslissingen.

Onze dochter toen bij de tennisbond kon de trainingsuren in Best niet meer halen vanwege de reisafstand, zo kwamen we terecht bij de tennisclub in Lommel, daar waar wij toevallig ook de KNLTB tennisbond trainers zelf tegenkwamen. De lange lijst Vlaams kampioenen en het hoog niveau tennis in het voor ons tot dan toe onbekende Lommel trok sterk onze aandacht, maar blijkbaar ook die van de KNLTB trainers privé zelf.

We werden daar ook lid en zijn sindsdien daar vrijwel dagelijks aanwezig. Een zeer aangename en professionele omgeving, privé en ook voor mijn werk.

Al zittend bij de trainingen kwam het toen langzaam op gang, wie bent u, vertel ons iets over uw verleden? Dit was Stefan Verboven, toptrainer, vader van 2 topkinderen, allebei herhaaldelijk (Laurens en Maxim), circa 5 jaar Vlaams en Belgisch kampioen. Maar ook andere bekende namen kwamen naar mij toe, zij gingen heel natuurlijk en open lange gesprekken met mij aan, face-to-face, telefonisch, enz. – ik die geen A tennisspeler is. Ook op andere locatie, bijvoorbeeld Kim Clijsters en haar hoofdtrainer, vertelden mij over hun verleden, hun wensen, wat er allemaal nog te verbeteren valt, enz. Zo ook in Nederland, heb ik zeer aangename vriendschapsrelaties kunnen opbouwen. Bijvoorbeeld heb ik erg veel mogen leren van/en kennis delen met Niels Dammers KNLTB bondstrainer. En zo kwam het dat mijn aandacht meer en meer kwam te liggen op tennis als topsport, dat de atleten mij vragen mee te reizen naar internationale toernooien, vragen of ik dicht bij hun wil zijn, naar hun kijk, feedback geef, high speed opnames maak, hun rackets bespan. Als het even niet lukt of zij een finale verliezen, sta ik met hen de volgende dag een aantal uren op de baan, de situaties en bewegingen opnieuw afspelen en blijven focussen, de kleine onvolmaaktheden gladstrijken. Bewegingseigenschappen onzichtbaar voor het blote oog, probeer ik dan inzichtelijk te maken, want aan de rand van het kunnen, komen helaas de pijnlijke en langdurige blessures …

Alle topsporters leven constant met deze angst en weten dat het verschil in winnen en verliezen uiterst klein is en bevinden zich constant op dit gevaarlijk grensgebied.

En dan komt het, na dagelijks uren lang high speed opnames maken op internationale toernooien van top-10 spelers en vergelijken met de eigen spelers begon ik de overeenkomst te zien met mijn eerdere werk. Toen zijn we samen gaan zitten en proberen te begrijpen hoe het werkelijk zit, hoe kun je de kans sterk vergroten om heelhuids en voor langere tijd aan de top te geraken? Het is namelijk een combinatie van vele factoren die het verschil maken tussen een top-10 of een top-200 speler, hoe kun je het beste een leerprogramma samenstellen, waar begin je, welke opeenvolgende stappen gaan we maken en vooral durf je dit wel aan?

Want bij iedere verandering volgt kort achteruitgang, onzekerheid, wat zeggen de sponsoren dan?

Allereerst viel mij één zaak sterk op, het belang van het goed aanvoelen en ritme van het spel. Op top-niveau zeggen de spelers niet meer te weten wat zij precies doen of zij denken iets anders te doen dan wat zij werkelijk doen. Deze conclusie volgde al snel na het kijken naar de eigen beelden van de spelers zelf, soort spiegel voorhouden zeg maar. En verbazingwekkend was het feit dat men wel aangaf het verschil te merken tussen de banen en een iets slappere bal, maar men had het niet over het belangrijkste meetinstrument, namelijk het racket zelf. Op beeld was duidelijk te zien (high speed = 500 beelden per seconde), dat het racket bij balcontact volledig oncontroleerbaar is, net zo’n oude amerikaanse auto op televisie, die al zwiepend en slingerend de bocht indraait. Dit is vergelijkbaar met een racefiets met een grote slag in voor en achterwiel, afdalend met volle vaart van de Alpe d’Huez, je fietst voorop, krappe bocht, daarachter het ravijn waarvandaan velen per helikopter zijn afgevoerd, wat doe je dan? Veel jeugd gaat dan nog meer versnellen … Ja, zo speelt de sub-top … En toen volgde de eerste belangrijke doorbraak, de vraag: als je racket op maat zou zijn gemaakt, net een ideaal bespannen/gestemde viool, ken je dat gevoel? Ik ging flink rekenen aan het dynamisch gedrag en kwam met een ‘magic-formula’

net zoals destijds aan de TU-Delft voor autobanden, een nieuwe eigen bespanmethode. Voor een aantal spelers een soort overgang van het middeleeuwse houten karrenwiel naar een high tech formule 1 racewiel.

Hoe nu verder, kan ik dit bouwen/maken dacht ik toen al snel?

Al gauw kwam ik tot de ontdekking hoe moeilijk dit ‘stemmen’ is, de huidige machines zijn hier niet voor geschikt. Ik kocht machines, haalde deze uit elkaar, bouwde ze weer op met vele aanpassingen, Inmiddels heb ik 3 top machines in Riethoven staan en één op een andere locatie en ben ik opnieuw bezig met een nieuw eigen ontwerp. Iedere dag boek ik kleine stapjes vooruitgang: Hoe langer, hoe constanter het verloop/levensduur van het racket is, daar gaat het om. Nu moet een speler na iedere serve of aanvalsbal, zijn slag nog aanpassen, straks veel minder of niet meer

😉 Het speelt zich tenslotte allemaal af in een fractie van een seconde, jaren training, allemaal geconcentreerd in die éne vierkante centimeter raakoppervlak op de snaren. Hoeveel kinderen verliezen niet keer op keer bij dezelfde zware tegenstander verderop in het toernooi, wat is hiervan de oorzaak? Net als bij een auto, de aandrijving van de motor, de vertraging van de remmen, de stabiliteit en zo belangrijk: de terugkoppeling, het wel/niet goede stuurgevoel … alles speelt zich af via dat kleine vierkantje, die vierkante centimeters contact tussen band en wegdek. En bij top-tennis speelt men altijd met een lekke band, de spanning/druk loopt na iedere slag telkens een klein beetje terug, dit verloop kun je dus nu flink minimaliseren, je kunt er dus zeg maar meer op vertrouwen, ontspannender spelen en uiteindelijk veel verder gaan, sneller en beter plaatsen en vooral meer en beter hiervan leren !!

In de afgelopen jaren lange lijst internationale toernooien, de mooiste voor mij waren de top resultaten van jong talent Laurens Verboven op Astrid Bowl Charleroi (2013: plek 160 op wereldranglijst) en begin 2014 het winnen van finale door Maxim Verboven (Focus Tennis Academy open TE 3 (Bleiswijk), Boys 14). De nr.1 wereldranglijst t/m 18j heb ik ook mogen bespannen. Ik ontwikkel altijd door tot de spelers mij een 9 of 10 geven voor het speelgedrag van hun racket. Men komt dan in de regel van een 6 of 7 af, van top bespanners. Dichter bij huis natuurlijk onze eigen nationale jeugd ranglijst toernooien, bijvoorbeeld zondag 15 maart finale dag, 2 spelers met rackets uit Riethoven. Vaste klanten, ook vanuit Kim Clijsters Academie uit Bree in België en meer.

Voor mij is dit alles nog onderzoeksgebied, ik wil dit als geheel gaan zien met de perfecte bewegingsleer. Het gedrag van pijl en boog is namelijk anders in de hand van een volwassenen dan van een kind, het lichaam, het vasthouden, los of vaster vasthouden, het loslaten, het wel/niet tegen bewegen, corrigeren … en dit verandert ook nog tussen de eerste en laatste reeks afgeschoten pijlen … toch gaan ze straks allemaal in de roos 🙂

Zodoende treft u mij weleens aan op of rond de tennisbanen van Riethoven, met jonge top-talentjes die wel een uur hebben gereden om Riethoven aan te doen, om te kunnen praten over hun passie, hun problemen/oplossingen bespreken, waar zij denken te kunnen verbeteren of ik hen hierbij kan helpen. Mijn functie is dan de architect zijn waar de klant zijn wensen kenbaar maakt, het luisterend oor. Als voorbeeld bouw ik dan het eerste prototype/maquet, waar de spelers als eerste mee kunnen kennismaken/uitproberen. Dit zijn dan speciale rackets of bewerkte video fragmenten in ultra slow motion, speciale lichaamsoefeningen om dit te leren aanvoelen en controleren/versterken, meetinstrumenten, natuurkundige testopstellingen, ballenmachines, enz.

Ik probeer zoveel mogelijk en altijd voor iedereen toegankelijk te zijn en wil nu ook proberen meer vanuit Riethoven te opereren, kijken of dit lukt. Zodoende zie ik nu nog meer van dichtbij wat een mooie tennisvereniging wij hebben en hoe jammer het is dat het bestuur onderbemand is. Ik ga nu proberen ook mijn schouders eronder te zetten, het gat opvullen en draag graag het stokje weer over zodra zich een nieuwe kandidaat voordoet. Laten we er zoveel samen en voor elkaar zijn, ieder ons eigen stukje proberen inbrengen.

Uw voorzitter, Daniel Santilli

Geef een reactie